From: <Opgeslagen met Windows Internet Explorer 7>
Subject: Uitspraak Hof Den Bosch BK 01/01951 14-12-2005
Date: Tue, 29 Jan 2008 22:19:17 +0100
MIME-Version: 1.0
Content-Type: text/html;
	charset="Windows-1252"
Content-Transfer-Encoding: quoted-printable
Content-Location: http://home.planet.nl/~toled008/jur20051214hofdenboschBK01-01951.htm
X-MimeOLE: Produced By Microsoft MimeOLE V6.00.2900.3198

<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.0 Transitional//EN">
<HTML><HEAD><TITLE>Uitspraak Hof Den Bosch BK 01/01951 =
14-12-2005</TITLE>
<META http-equiv=3DContent-Type content=3D"text/html; =
charset=3Dwindows-1252">
<META content=3D"MSHTML 6.00.6000.16587" name=3DGENERATOR>
<META content=3DFrontPage.Editor.Document name=3DProgId></HEAD>
<BODY>
<P><B><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2><FONT =
color=3D#ffffff><SPAN=20
style=3D"mso-bidi-font-size: 10.0pt; mso-fareast-font-family: Times New =
Roman; mso-bidi-font-family: Times New Roman; mso-ansi-language: NL; =
mso-fareast-language: NL; mso-bidi-language: AR-SA"><FONT=20
color=3D#000000 size=3D3>Lijfrentegift aan lekenorde van =
Focolarebeweging behoort=20
tot geheel van rechten en verplichtingen; lijfrentetermijn niet=20
afktrekbaar</FONT></SPAN></FONT></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, =
sans-serif"=20
color=3D#000000 size=3D3></FONT></B></P>
<TABLE height=3D88 width=3D"54%" border=3D1>
  <TBODY>
  <TR>
    <TD width=3D"100%" colSpan=3D2 height=3D16><FONT face=3DArial =
size=3D2>UITSPRAAK=20
      BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE DEN BOSCH</FONT></TD></TR>
  <TR>
    <TD width=3D"50%" height=3D16><FONT face=3DArial =
size=3D2>Belastingkamer=20
    :</FONT></TD>
    <TD width=3D"50%" height=3D16><FONT face=3DArial size=3D2>Vierde=20
    meervoudige</FONT></TD></TR>
  <TR>
    <TD width=3D"50%" height=3D16><FONT face=3DArial size=3D2>Zaaknummer =
:</FONT></TD>
    <TD width=3D"50%" height=3D16><FONT face=3DArial size=3D2>BK =
01/01951</FONT></TD></TR>
  <TR>
    <TD width=3D"50%" height=3D16><FONT face=3DArial size=3D2>Datum =
uitspraak=20
    :</FONT></TD>
    <TD width=3D"50%" height=3D16><FONT face=3DArial size=3D2>14 =
december=20
    2005</FONT></TD></TR>
  <TR>
    <TD width=3D"50%" height=3D16><FONT face=3DArial =
size=3D2>Belastingmiddel=20
    :</FONT></TD>
    <TD width=3D"50%" height=3D16><FONT face=3DArial=20
    size=3D2>Inkomstenbelasting</FONT></TD></TR></TBODY></TABLE>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>UITSPRAAK</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>van het =
Gerechtshof te=20
's-Hertogenbosch, vierde meervoudige Belastingkamer, op het beroep van X =
te Y=20
(hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid =

Particulieren P van de rijksbelastingdienst (hierna, evenals de =
voorzitter van=20
het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Z van de=20
rijksbelastingdienst, die thans ten aanzien van belanghebbende bevoegd =
is, aan=20
te duiden als: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende na te =
melden=20
aanslag.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>1. Ontstaan en =
loop van het=20
geding<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>1.1. Aan=20
belanghebbende is voor het jaar 1997 een aanslag in de =
inkomstenbelasting en=20
premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van =83 =
54.577,-,=20
welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de =
Inspecteur is=20
gehandhaafd.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>1.2.=20
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het =
hof.<BR>Ter zake=20
van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht =
geheven van=20
=83 60,- (=80 27,23).<BR>De Inspecteur heeft een verweerschrift=20
ingediend.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>1.3.=20
Belanghebbende heeft, na daartoe door het hof in de gelegenheid te zijn =
gesteld,=20
schriftelijk gerepliceerd en de Inspecteur schriftelijk gedupliceerd. =
Deze beide=20
stukken hebben blijkens de aanhef daarvan alleen betrekking op het =
beroep inzake=20
het jaar 1996. Het hof rekent deze, op verzoek van partijen, eveneens =
tot de=20
gedingstukken van het beroep inzake het jaar 1997. Partijen hebben ter =
zitting=20
van 16 oktober 2003 afgesproken dat de uitkomst van het beroep over het =
jaar=20
1997 voor het jaar 1996 door hen zal worden gevolgd.<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>1.4. Op grond van artikel =
8:58 van de=20
Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft belanghebbende =
v=F3=F3r de zitting=20
nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan =
de=20
wederpartij en behoren tot de stukken van het geding.<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>1.5. Het onderzoek ter =
zitting heeft=20
plaatsgehad op 16 oktober 2003 te 's-Hertogenbosch.<BR>Aldaar zijn toen=20
verschenen en gehoord gemachtigde van belanghebbende alsmede de=20
Inspecteur.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>1.6.=20
Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en =
exemplaren=20
daarvan overgelegd aan het hof en aan de wederpartij. De Inspecteur =
heeft=20
verklaard geen bezwaar te hebben tegen overlegging van de zes bij deze =
pleitnota=20
behorende bijlagen. Het hof rekent deze pleitnota tot de stukken van het =

geding.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>1.7. De=20
Inspecteur heeft ter zitting, zonder bezwaar van de wederpartij, een =
stuk, in=20
het hoofd voorzien van de tekst 'Gang van zaken in 2001',=20
overgelegd.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>1.8. Van=20
het overigens ter zitting verhandelde is een proces-verbaal opgemaakt, =
waarvan=20
een afschrift aan deze uitspraak is gehecht.<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>1.9. Het hof heeft met =
toepassing van=20
artikel 8:64 van de Awb het onderzoek ter zitting geschorst, teneinde =
partijen=20
in de gelegenheid te stellen een compromis te sluiten.<BR>Partijen =
hebben de=20
griffier nadien laten weten, dat zij hierin niet zijn =
geslaagd.<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>1.10. Het nadere =
onderzoek ter=20
zitting heeft plaatsgehad op 21 april 2004 te 's-Hertogenbosch. Aldaar =
zijn toen=20
verschenen en gehoord gemachtigde van belanghebbende alsmede de=20
Inspecteur<BR>1.11. Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota=20
voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof en aan de =
wederpartij.=20
Het hof rekent deze pleitnota tot de stukken van het =
geding.<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>1.12. Belanghebbende =
heeft ter=20
zitting, zonder bezwaar van de wederpartij, een kopie overgelegd van een =
stuk,=20
in het hoofd voorzien van de volgende tekst:'Inkomsten/ Uitgaven van een =

gemiddelde maand in 2000'.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, =
sans-serif"=20
size=3D2>1.13. De Inspecteur heeft ter zitting, zonder bezwaar van de =
wederpartij,=20
een kopie overgelegd van een stuk, in het hoofd voorzien van de volgende =
tekst:=20
'Reactie op aanvullende stukken d.d. 7 april 2004 =
[...]'.<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>1.14. Na de tweede =
zitting heeft het=20
hof met toepassing van artikel 6:68 van de Awb het onderzoek heropend. =
Bij brief=20
van 23 april heeft het hof de Inspecteur verzocht nadere inlichtingen te =
geven.=20
Deze zijn verstrekt bij brieven van 9 september 2004 en van 20 september =
2004.=20
Beide brieven bevatten elk een bijlage.<BR>Het hof rekent deze brieven =
met=20
bijlagen tot de gedingstukken.<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>1.15. Het hof heeft bij =
brief van 19=20
november 2004 het onderzoek ter zitting gesloten.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>2. Feiten<BR>Op =
grond van de=20
stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat, als tussen =
partijen=20
niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij =
niet of=20
niet voldoende weersproken, het volgende vast.<BR>2.1. Het hof verwijst =
voor de=20
feiten ter zake van de Focolarebeweging kortheidshalve eerst naar het =
geval=20
uitvoerig behandeld door het hof en de Hoge Raad in de zaak die heeft =
geleid tot=20
het arrest Hoge Raad 21 maart 2001, nr. 35 587, onder andere =
gepubliceerd in BNB=20
2001/203c.<BR>2.2 Belanghebbende is lid van een door de Pauselijke Raad =
voor de=20
Leken erkende lekenorde (hierna: Focolarebeweging). De Focolarebeweging =
in=20
Nederland bestaat uit een zestal lokale leefgemeenschappen van elk drie =
tot vijf=20
personen, in =E9=E9n waarvan belanghebbende leeft.<BR>De leden van de=20
Focolarebeweging, focolarini en focolarine genaamd, dienen te leven =
volgens de=20
statuten van de beweging en het reglement van de sectie waarvan het lid =
deel=20
uitmaakt (de beweging kent een mannelijke en een vrouwelijke sectie). De =
leden=20
die in een leefgemeenschap leven - er zijn ook gehuwde leden, die in hun =
gezin=20
wonen - streven ingevolge het reglement in materieel opzicht naar een =
volledige=20
gemeenschap van geld en goederen. Daartoe brengen zij alle vruchten van =
hun werk=20
en van wat zij verder nog ontvangen in de gemeenschap. Zij mogen slechts =

behouden hetgeen voor henzelf nodig is. Zij genieten onderdak en=20
levensonderhoud, en verzorging in geval van ziekte.<BR>Na een=20
voorbereidingsperiode van twee jaar en een proefperiode van drie jaar =
volgt een=20
periode van vijf tot acht jaar waarin het (aspirant-)lid een tijdelijke, =
steeds=20
te vernieuwen, gelofte van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid dient af =
te=20
leggen. In deze periode behoudt betrokkene de eigendom van zijn =
goederen, maar=20
dient hij het beheer ervan over te laten aan daartoe geschikte en =
bevoegde=20
personen. De vrucht van zijn arbeid dient hij echter ten goede te laten =
komen=20
aan de gemeenschap van goederen van de leefgemeenschap waarin hij leeft. =
Eerst=20
na de periode van tijdelijke geloften kan de betrokkene als volwaardig =
lid=20
worden toegelaten door het afleggen van de eeuwigdurende gelofte van =
armoede.=20
Alsdan verliest het lid de individuele eigendom van al zijn goederen, =
niet=20
slechts van zijn inkomsten, maar ook van zijn vermogen. Indien een lid=20
uittreedt, heeft hij geen recht op teruggave van hetgeen hij heeft=20
ingebracht.<BR>2.3. In het jaar 1989 heeft belanghebbende de =
eeuwigdurende=20
gelofte van armoede afgelegd.<BR>2.4. Bij notari=EBle akte van 17 =
oktober 1996=20
heeft belanghebbende zich verplicht bij leven gedurende zes =
achtereenvolgende=20
jaren jaarlijks een bedrag van =83 23.000,- uit te keren aan Stichting =
A(hierna:=20
de stichting). De stichting mag geld en goederen verwerven om het doel =
van de=20
beweging te bereiken en is onder meer eigenares van de in Nederland =
gelegen=20
onroerende zaken van de beweging. De leefgemeenschap waartoe =
belanghebbende=20
behoort, verkrijgt de benodigde middelen van de stichting. In 1997 =
behoorde=20
belanghebbende tot de focolare te Y.<BR>2.5. Belanghebbendes loon uit =
twee=20
dienstbetrekkingen bedroeg in het jaar 1997, na aftrek van beroeps- en=20
reiskosten, =83 60.288,-. Belanghebbende had naast deze looninkomsten =
geen andere=20
inkomsten.<BR>In het onderhavige jaar maakte de werkgever van =
belanghebbende het=20
maandsalaris na inhouding van loonheffing steeds over naar haar =
bankrekening,=20
waarna belanghebbende het vrijwel geheel overmaakte aan de stichting of =
in=20
contanten inbracht in de [focolare te Y]. <BR>Haar netto inkomsten in =
1997=20
bedroegen =83 59.712,60 (inclusief een belastingteruggaaf over 1996 van =
=83=20
13.938,-). Daarvan maakte belanghebbende per bank over =83 23.004,- en =
per kas =83=20
16.894,-; in totaal stond belanghebbende een bedrag van =83 39.898,- af =
aan de=20
stichting.<BR>De leefgemeenschap in Y genoot een inbreng van =83 =
19.814,- en de=20
aan haar toe te rekenen uitgaven van die gemeenschap bedroegen =83 =
12.164,-=20
hetgeen een bevoordeling inhield van =83 7.650,-.<BR>2.6. De stichting =
heeft voor=20
haar betaald een bedrag van =83 2.845,-, zodat zij de stichting per =
saldo in=20
totaal =83 37.053,- betaalde. Het totaal van de overmakingen aan de =
stichting=20
bedroeg =83 23.004,-. Daarmee voldeed belanghebbende de lijfrentetermijn =
voor het=20
jaar 1997. Daarnaast heeft belanghebbende de stichting incidenteel =
bevoordeeld=20
door overmakingen van geld of door van kostenvergoedingen af te =
zien.<BR>2.7. In=20
haar aangifte voor de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen =
over het=20
jaar 1997 heeft belanghebbende =83 29.029,- in aanmerking genomen als =
giften als=20
bedoeld in artikel 47 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: =
Wet IB).=20
Dit bedrag bestaat uit een bedrag van =83 6.029,- aan overige giften =
(artikel 47,=20
eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet IB) en een bedrag van =83 =
23.000,-=20
aan lijfrentegiften (artikel 47, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van =
de Wet=20
IB).<BR>2.8. Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur het =
onder=20
2.7 bedoelde bedrag van =83 23.000,- niet als aftrekbare =
lijfrentetermijn aanvaard=20
en in verband daarmee heeft hij het door belanghebbende aangegeven =
inkomen=20
verhoogd tot =83 54.577,-.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>3. Geschil, =
alsmede=20
standpunten en conclusies van partijen<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>3.1. Het geschil betreft =
het antwoord=20
op de volgende vraag:<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, =
sans-serif"=20
size=3D2>- Heeft de Inspecteur terecht de onder 2.8. bedoelde correctie=20
aangebracht?<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif"=20
size=3D2>Belanghebbende is van oordeel dat deze vraag ontkennend moet =
worden=20
beantwoord. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting=20
toegedaan.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>3.2.=20
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door =
hen zijn=20
aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de =
inhoud als=20
hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Te beider zittingen hebben zij =
hieraan=20
nog het volgende, zakelijk weergegeven, toegevoegd:</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif"=20
size=3D2>Belanghebbende<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, =
sans-serif"=20
size=3D2>Ik wil een principi=EBle uitspraak en neem bij winst derhalve =
genoegen met=20
een proceskostenvergoeding volgens het puntenstelsel en een =
schadevergoeding van=20
? 1,-.<BR>Ik ga er mee akkoord dat het hof alleen in de zaak 1997 een =
uitspraak=20
doet wanneer de Inspecteur de nadere aanhangige zaken dan overeenkomstig =
zal=20
behandelen.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>Ik=20
bevestig dat het hoofdgeschil kan worden beperkt tot de vragen of: <BR>- =

belanghebbende te dezen rechtens te beschermen vertrouwen ontleent aan =
het=20
beleid zoals dat door de Staatssecretaris is neergelegd en publiek =
gemaakt in=20
Infobulletin 88/501, V-N 1988/2396, punt 19;<BR>- belanghebbende ten =
onrechte=20
wordt gediscrimineerd wanneer zij te dezen op toepassing van dat beleid =
geen=20
aanspraak kan maken;<BR>- in strijd is gehandeld met het =
zorgvuldigheidsbeginsel=20
en, zo ja, wat de gevolgen daarvan zijn in deze procedure;<BR>- het =
inkomen,=20
voorzover het onder de eeuwigdurende gelofte is afgestaan, nog wel kan =
worden=20
geacht te zijn genoten;<BR>- gezien de hoogte van de bijdrage van=20
belanghebbende, in redelijkheid nog wel kan worden gezegd dat die =
bijdrage deel=20
uitmaakt van een geheel van rechten en plichten die voortdurend =
tegenover elkaar=20
staan.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>De =
waarde van=20
de aanspraken is niet hoger dan hetgeen jaarlijks voor haar wordt =
uitgegeven.=20
Dat bedrag kan ruimschoots bestreden worden uit hetgeen zij aan de =
focolare=20
afdraagt. Hetgeen belanghebbende uit haar inkomen aan de stichting =
afstaat, is=20
echter veel meer, ook veel meer dan beide geclaimde =
giftenaftrekken.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>De =
Inspecteur<BR>Ik ga=20
akkoord met een schadevergoeding van ? 1,-, wanneer belanghebbende =
wint.<BR>In=20
2001 is de wet gewijzigd en is het geen bezwaar meer wanneer lijfrenten =
een=20
onderdeel vormen van voortdurend tegenover elkaar staande rechten en =
plichten=20
uit hoofde van een lidmaatschap.<BR>Ik zeg toe dat ik alle openstaande =
aanslagen=20
van belanghebbende, en ook de andere hier aanhangige zaken van =
focolarini zal=20
afhandelen overeenkomstig de uitspraak in deze zaak over 1997.<BR>De =
waarde van=20
de aanspraken van belanghebbende is niet te berekenen. Ik laat aan het =
hof over=20
dit eventueel in goede justitie te bepalen.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>3.3. =
Belanghebbende=20
concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de =
bestreden=20
uitspraak en vermindering van de aanslag tot een naar een belastbaar =
inkomen van=20
=83 31.577,- of zoveel hoger als het hof in goede justitie zal =
bepalen.<BR>De=20
Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het =
beroep.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>4. Beoordeling =
van het=20
geschil<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>4.1. In het=20
arrest Hoge Raad 21 maart 2001, nummer 35 587, onder andere gepubliceerd =
in BNB=20
2001/203c, is ten aanzien van een mannelijk lid van de Focolarebeweging =
beslist=20
als volgt:</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>"[...]<BR>3.7. =
Bij de=20
beoordeling van dit middel wordt het volgende vooropgesteld. Het =
toetreden tot=20
een kloostergemeenschap of een leefgemeenschap als de Focolarebeweging, =
die=20
blijkens 's Hofs in cassatie onbestreden feitelijke vaststellingen niet=20
wezenlijk van een kloostergemeenschap verschilt, en het voortdurende=20
lidmaatschap daarvan heeft tot gevolg dat tussen de toegetredene en die=20
gemeenschap een uit de gehele opzet van die gemeenschap voortvloeiend =
geheel van=20
bij voortduring tegenover elkaar staande rechten en verplichtingen =
ontstaat.=20
Daartoe behoren onder meer de verplichting tot het verstrekken van =
onderdak,=20
levensonderhoud en verzorging in geval van ziekte door de gemeenschap =
en, op=20
grond van de geloften van armoede, die tot afstand van hun inkomsten =
door de=20
leden van de gemeenschap.<BR>3.8. Tegen deze achtergrond geven de in 3.5 =

vermelde oordelen van het Hof dat de onderhavige uitkering van f 10 000 =
deel=20
uitmaakt van hetgeen belanghebbende aan de Focolarebeweging verstrekt =
ter=20
voldoening aan zijn verplichting tot afstand van zijn arbeidsinkomsten =
en dat=20
die verplichting behoort tot een geheel van rechten en verplichtingen =
als=20
hiervoor in 3.7 bedoeld, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. =
Bij de=20
hier besproken oordelen is het Hof terecht ervan uitgegaan dat - anders =
dan het=20
eerste middel tot uitgangspunt neemt - niet van belang is of de bij =
voortduring=20
tegenover elkaar staande verplichtingen al dan niet civielrechtelijk =
afdwingbaar=20
zijn. Voor het overige berusten deze oordelen op de aan het Hof =
voorbehouden=20
uitleg van de statuten van de Focolarebeweging, het reglement van de =
sectie=20
waarvan belanghebbende deel uitmaakt en de door hem afgelegde =
geloften.<BR>3.9.=20
Aan deze oordelen heeft het Hof terecht de gevolgtrekking verbonden dat =
de=20
uitkering van f 10 000 niet kan worden beschouwd als een termijn van een =

periodieke uitkering en derhalve evenmin als een gift in de vorm van =
termijnen=20
van lijfrenten als bedoeld in artikel 47, lid 1, letter a, van de Wet =
(vgl. HR=20
19 december 1956, nr. 12 979, BNB 1957/46). Aan de vervolgens in =
overeenstemming=20
met het evenvermelde arrest van de Hoge Raad te beantwoorden vraag of =
dan de=20
uitkering in het jaar waarin deze voldaan wordt onder de 'overige =
giften' in de=20
zin van artikel 47, lid 1, letter b, van de Wet, kan worden =
gerangschikt,=20
behoefde het Hof in het onderhavige geval niet toe te komen, omdat =
terzake reeds=20
tot het naar het derde lid van dat artikel berekende maximum aftrek was=20
toegestaan.<BR>3.10. Voorzover het vierde middel berust op andere=20
rechtsopvattingen, faalt het op grond van het vorenstaande. Het faalt =
ook voor=20
het overige. Anders dan in het middel wordt betoogd, heeft het Hof niet =
miskend=20
dat artikel 47, lid 4, van de Wet ook van toepassing is op giften in de =
vorm van=20
lijfrenten. Het is echter aan toepassing daarvan niet toegekomen, omdat =
het -=20
blijkens het vorenstaande terecht - heeft geoordeeld dat van een =
periodieke=20
uitkering geen sprake is, omdat de betaling van f 10 000 aan de =
Stichting deel=20
uitmaakt van een geheel van rechten en verplichtingen als hiervoor =
bedoeld. Op=20
dit laatste stuiten eveneens af de verwijten dat het Hof naar het =
verkeerde=20
moment heeft beoordeeld of sprake was van vrijgevigheid en heeft miskend =
dat ook=20
een min of meer verplichte bijdrage een gift, ook in de vorm van =
termijnen van=20
lijfrenten, kan opleveren.<BR>3.11. Voorzover middel IV en in =
aansluiting daarop=20
middel V betogen dat het Hof ten onrechte heeft nagelaten te onderzoeken =
welke=20
totale geldswaarde kan worden toegekend aan de aanspraken die =
belanghebbende=20
jegens de Focolarebeweging heeft, falen zij eveneens. Voor een dergelijk =

onderzoek bestond geen aanleiding, nu naar 's Hofs oordeel de uitkering =
van f 10=20
000 deel uitmaakte van een geheel van rechten en verplichtingen waarbij=20
belanghebbende op grond van de gelofte van armoede zijn arbeidsinkomsten =
aan de=20
Focolarebeweging diende af te staan. Het Hof heeft tevens in overweging =
4.7 op=20
grond van zijn uitleg<BR>van de statuten en het reglement geoordeeld dat =
hetgeen=20
belanghebbende afdraagt, naar zijn aard voortdurend en onsplitsbaar =
staat=20
tegenover hetgeen hij van de Focolarebeweging ontvangt. Daarmee heeft =
het Hof=20
zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting de stelling =
verworpen dat=20
een deel van hetgeen belanghebbende afdraagt, namelijk het deel dat =
uitgaat=20
boven de waarde van de aan hem toekomende rechten, geen deel uit zou =
maken van=20
het bedoelde geheel van rechten en verplichtingen. Het Hof heeft onder =
deze=20
omstandigheden terecht niet van belang geacht of de tegenover de afstand =
van=20
belanghebbendes volledige (arbeids)inkomsten staande prestaties van de =
beweging=20
meer of minder geldswaarde vertegenwoordigen dan de afgestane inkomsten. =
Dit zou=20
wel van belang kunnen zijn bij de beantwoording van de in de tweede =
volzin van=20
overweging 3.9 hierv=F3=F3r bedoelde vraag, die in dit geval echter, =
zoals daar werd=20
overwogen, niet aan de orde is. Middel V faalt derhalve ook voor het=20
overige.".</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>4.2. Met =
toestemming van=20
partijen gaat het hof hierna uit van de statuten van de =
Focolarebeweging, van=20
het reglement van de sectie waarvan belanghebbende deel uitmaakt, van de =
door=20
haar afgelegde geloften en van de vereenzelviging van de Stichting, =
zoals die in=20
de onder 4.1 bedoelde procedure zijn komen vast te staan.<BR>Het hof is=20
vervolgens opnieuw en op dezelfde gronden als in zijn uitspraak die =
heeft geleid=20
tot het in 4.1 genoemde arrest van oordeel dat de onderhavige uitkering =
van =83=20
23.000 deel uitmaakt van hetgeen belanghebbende aan de Focolarebeweging=20
verstrekt ter voldoening aan haar verplichting tot afstand van haar=20
arbeidsinkomsten en dat die verplichting behoort tot een geheel van =
rechten en=20
verplichtingen als hiervoor door de Hoge Raad in rechtsoverweging 3.7 is =

bedoeld.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>4.3. In deze=20
zaak beroept belanghebbende zich op uitlatingen van de Staatssecretaris =
van=20
Financi=EBn in Infobulletin 1988/501 (MvF 10 augustus 1988, nr. =
DB88/3923, V-N=20
1988/2396, punt 19) en in het besluit van 26 april 1995, nr. DB95/1366M, =
V-N=20
1995/1670, punt 12.<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, =
sans-serif"=20
size=3D2>4.3.1. In Infobulletin 1988/501 antwoordt de Staatssecretaris =
op een=20
verzoek om voorlichting over de aftrek als gift van bijdragen in de vorm =
van=20
termijnen van lijfrente aan kerkgenootschappen als =
volgt:<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>"Enkele =
kerkgenootschappen hebben=20
zich onlangs tot mij gewend met de vraag of het mogelijk is om de =
bijdragen,=20
welke jaarlijks door hun leden worden betaald, te doen geschieden in de =
vorm van=20
termijnen van lijfrente als bedoeld in art. 47, lid 1, letter a IB '64. =
In het=20
vierde lid van art. 47 worden als giften aangemerkt bevoordelingen uit=20
vrijgevigheid en niet-verplichte bijdragen (v.z.v. aan deze =
bevoordelingen en=20
bijdragen geen op geld waardeerbare aanspraak wordt ontleend) en =
kerkelijke=20
belastingen.<BR>Deze bepaling leidt, in samenhang met het bepaalde in =
lid 1,=20
letter a van art. 47, naar mijn oordeel tot de conclusie dat bijdragen =
met een=20
min of meer moreel verplicht karakter (zoals kerkelijke belasting), =
kunnen=20
worden omgezet in als giften aan te merken lijfrentetermijnen. Ik heb de =

bedoelde kerkgenootschappen dan ook in positieve zin =
geantwoord.<BR>Voorts merk=20
ik nog op dat ik aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der =
Staten-Generaal heb=20
medegedeeld dat ik, zodra de gelegenheid zich voordoet, zal bevorderen =
dat een=20
voorstel tot wijziging van art. 47 bij de Tweede Kamer der =
Staten-Generaal wordt=20
ingediend.<BR>De strekking van dat voorstel zal zijn de wettekst zodanig =
aan te=20
passen dat, overeenkomstig de huidige praktijk, giften aan =
genootschappen op=20
levensbeschouwelijke grondslag op dezelfde voet aftrekbaar zijn als =
giften aan=20
kerken.<BR>Mede in verband daarmee ontmoet het bij mij geen bezwaar om =
termijnen=20
van lijfrente aan genootschappen op levensbeschouwelijke grondslag op =
dezelfde=20
voet in aftrek toe te laten mits aan de overige in art. 47 bedoelde =
voorwaarden=20
is voldaan.<BR>De aanschr. van 14-04-1955, nr. 88 (IB '65-172) heeft, =
gelet op=20
het vorenstaande, vanaf het belastingjaar 1984 haar belang =
verloren.<BR>Bedoelde=20
aanschr., welke overigens reeds bij aanschr. van 24-09-1985 uit het =
boekwerk=20
werd gezuiverd, wordt bij deze uitdrukkelijk ingetrokken.".</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>Hiermee ontstond =
rechtens te=20
beschermen vertrouwen op aftrek van lijfrentetermijnen bij allen die =
objectief=20
beschouwd redelijkerwijs meenden aan de in die uitlating gestelde eisen =
te=20
voldoen, ook al zou dit leiden tot uitkomsten die de Staatssecretaris =
bij nader=20
inzien mogelijk niet heeft bedoeld. Dat laatste kan in het midden =
blijven. Het=20
gaat er om wat belanghebbende mocht denken.<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>4.3.2. Belanghebbende =
heeft naar het=20
oordeel van het hof echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de in =
4.3.1=20
bedoelde uitlating van de Staatssecretaris bij haar rechtens te =
beschermen=20
vertrouwen heeft gewekt. Naar het oordeel van het hof is belanghebbende =
geen=20
moment verder gekomen dan hoop en vooral ook de overtuiging dat het niet =
juist=20
zou zijn als dit beleid niet tevens zou worden uitgebreid tot haar =
geval.=20
Helemaal vertrouwd heeft belanghebbende het naar het oordeel van het hof =
echter=20
nooit. Zij moet, samen met haar deskundige begeleiders, naar het oordeel =
van het=20
hof sterk getwijfeld hebben over de vraag of, en zo ja, in hoeverre, dit =
beleid=20
wel op deze zaak kan worden toegepast.<BR>Vaststaat dat belanghebbende =
zich pas=20
in 1996 heeft verplicht tegenover de stichting. Ruim voordien (bij de =
Wet van 21=20
mei 1991, Stb. 263) is artikel 47 van de Wet IB zodanig gewijzigd dat de =
door=20
belanghebbende bedoelde uitlating van de Staatssecretaris niet meer kan =
worden=20
begrepen in de door haar nu voorgestane zin. Ook om deze reden faalt=20
belanghebbendes beroep op opgewekt vertrouwen.<BR></FONT><FONT=20
face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>4.3.3. Het besluit van 26 =
april 1995,=20
nr. DB95/1366M, heeft betrekking op lijfrentegiften in natura. =
Belanghebbende=20
stelt dat de Staatssecretaris de eis dat er sprake is van een periodieke =

uitkering terzijde zet. Hetgeen belanghebbende stelt, valt naar het =
oordeel van=20
het hof in dat besluit niet te lezen. Er staat immers letterlijk het=20
volgende:</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>"4. Uitwerking =
in de=20
praktijk<BR></FONT><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" =
size=3D2>Uiteraard=20
zal de lijfrente in natura wel moeten voldoen aan de criteria van het=20
lijfrentebegrip. [...]".</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>Het hof laat =
hierbij in het=20
midden het antwoord op de vraag of, en zo ja, tot welk bedrag, =
belanghebbende de=20
onderhavige lijfrentetermijn in natura heeft voldaan.<BR>Ook met =
betrekking tot=20
deze grief faalt, naar het oordeel van het hof, belanghebbendes beroep =
op=20
opgewekt vertrouwen.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>4.4. =
Belanghebbende doet=20
verder een beroep op het gelijkheidsbeginsel.<BR>Dit betreft in de =
eerste plaats=20
haar stelling dat de onderhavige lijfrentetermijn dezelfde behandeling =
ten deel=20
dient te vallen als een lijfrentetermijn die betaald wordt aan =
instellingen als=20
de vereniging B, Afdeling C, de vereniging D en de stichting E, en in de =
vorm=20
van lijfrentetermijnen betaalde kerkbijdragen. Het hof is, gelet op de =
aard en=20
omvang van de onderhavige lijfrentetermijn, met de Inspecteur van =
oordeel dat=20
sprake is van ongelijke gevallen, zodat deze grief geen doel =
treft.<BR>In de=20
tweede plaats stelt belanghebbende dat de focolarini en focolarine in =
Nederland=20
ongelijk behandeld worden in die zin dat bij een aantal de =
lijfrentetermijn wel=20
in aftrek is gebracht. Met betrekking tot dit punt is tussen partijen=20
uitsluitend in geschil de vraag of de zogenoemde meerderheidsregel van=20
toepassing is. Belanghebbende stelt daarbij dat voor de toepassing van =
die=20
meerderheidsregel de aantallen gevallen landelijk bezien moeten worden,=20
aangezien er voor de rijksbelastingdienst een noodzaak tot landelijk, =
althans=20
eenheidsoverstijgend beleid bestond. De Inspecteur heeft naar het =
oordeel van=20
het hof voldoende gemotiveerd betwist dat zowel landelijk als binnen =
zijn=20
ambtsgebied in een meerderheid van de gevallen aftrek is verleend. De =
bewijslast=20
voor de juistheid van haar stelling rust op belanghebbende. Naar het =
oordeel van=20
het hof maakt belanghebbende, mede gelet op de in 4.1 genoemde (in 1997 =
voor dit=20
hof reeds lopende) procedure, evenmin die noodzaak tot landelijk beleid=20
aannemelijk. Belanghebbende heeft voor dat geval ter zitting overigens =
al=20
toegegeven dat zij geen beroep kan doen op het =
gelijkheidsbeginsel.<BR>4.5.=20
Schendingen van het zorgvuldigheidsbeginsel leiden niet tot vernietiging =
van de=20
aanslag. Dat is belanghebbende bekend.<BR>Het oordeel van belanghebbende =
dat die=20
wel kunnen leiden tot een sanctie in de vorm van een verschuiving of =
omkering=20
van de bewijslast vindt naar het oordeel van het hof geen steun in het =
recht.=20
Die schendingen kunnen wel leiden tot een hogere tegemoetkoming in de=20
proceskosten of tot een schadevergoeding.<BR>4.6. Belanghebbendes =
stelling dat=20
zij na haar gelofte van armoede fiscaal niet meer de door haar verdiende =

inkomsten kon genieten, vindt geen steun in het recht.<BR>Het is in het =
stelsel=20
der wet niet mogelijk aan belastingheffing te ontkomen enkel door =
afstand te=20
doen van looninkomsten, alvorens zij genoten worden (Hoge Raad 3 april =
1968, nr.=20
15 845, BNB 1968/133).<BR>4.7. Naar het oordeel van het hof stelt =
belanghebbende=20
tevergeefs dat de hoogte van de bijdrage van belanghebbende verhindert =
dat in=20
redelijkheid nog kan worden gezegd dat de bijdrage deel uitmaakt van een =
geheel=20
van rechten en plichten die voortdurend tegenover elkaar staan. Ook het =
deel dat=20
eventueel uitgaat boven de mogelijke waarde van de aan haar toekomende =
rechten=20
staat, naar het oordeel van het hof, immers ook in het geval van =
belanghebbende=20
naar zijn aard voortdurend en onsplitsbaar tegenover hetgeen zij van de=20
Focolarebeweging ontvangt. Voor dit eventuele "overschot" is naar het =
oordeel=20
van het hof evenmin aftrek mogelijk als overige gift als bedoeld in =
artikel 47,=20
eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet IB, aangezien =
belanghebbende=20
blijkens de vaststaande feiten reeds de maximale aftrek van 10% of =83 =
6.029,- van=20
het niet in geschil zijnde onzuiver inkomen van =83 60.288,- heeft =
genoten.<BR>De=20
feitelijke vraag naar de aanwezigheid van een "overschot" behoeft naar =
het=20
oordeel van het hof niet te worden beantwoord.<BR>4.8. Het gelijk is =
daarmee aan=20
de zijde van de Inspecteur.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>5. =
Schadevergoeding<BR>Nu=20
het beroep ongegrond is, komt artikel 8:73 Awb niet aan de =
orde.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>6. Het =
griffierecht<BR>Het=20
hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat =
aan=20
belanghebbende het door haar betaalde griffierecht geheel of =
gedeeltelijk wordt=20
vergoed.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>7. =
Proceskosten<BR>Het hof=20
acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als =
bedoeld=20
in artikel 8:75 van de Awb.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>8. =
Beslissing<BR>Het hof=20
verklaart het beroep ongegrond.</FONT></P>
<P><FONT face=3D"Arial, Helvetica, sans-serif" size=3D2>Aldus gedaan =
door P.J.M.=20
Bongaarts, voorzitter, J.W. van der Voort, S. van Thiel, en voor wat =
betreft de=20
beslissing in tegenwoordigheid van P.J.A.M. van Sleuwen, griffier, in =
het=20
openbaar uitgesproken op: 14 december 2005.</FONT></P>
<P><I><FONT face=3DArial size=3D2>Bron: <A=20
href=3D"http://www.rechtspraak.nl/">http://www.rechtspraak.nl/</A></FONT>=
</I></P>
<P><FONT face=3DArial=20
size=3D2><B><I>LJN-nummer:&nbsp;AV0082</I></B></FONT></P></BODY></HTML>
